Oh, woorden. Vergeef mij.
Gebruikt als vuil. Gebruikt, zeg ik je… GEBRUIKT. |
Als je alleen bent, gebeuren
de vreselijkste dingen. Of waren het nu vleselijke dingen?
“X-Files deuntje speelt”.
Kippfest is een kluizenaar. Geworden, nadat hij zijn liefde voor…
controversiële onderwerpen bekende. De buitenwereld accepteerde
dat niet. Nooit.
Maar het had natuurlijk ook zo zijn voordelen. PloemperdePLOEMP! Die
laatste ploemp knalde eruit. Jep, alleen zijn was zo slecht nog niet.
Poepen, zo lang je wilt. Poepen, zo veel je wilt. En poepen… pfiew,
zo chemisch je wilt.
“Lalala”, blèrde Kippfest toen hij de plee verliet.
De stroom water op de achtergrond moest hard arbeiten, jah! Stoer poseerde
Kippfest met zijn Dragonball-blaadje. WC, gedomineerd, oeh yeah! Onbegrepen
door de wereld.
“Snik, snik”. Kippfest luisterde er aandachtig naar. Iemand
in zijn knibbel-knabbel-huisje? Snel pakte hij de ploemper, ook wel
ontstopper voor anderen. “Ik ben bewapend”, probeerde hij
de snikkende indringer af te schrikken, “En pervers”. Maar
zelfs toen, geen vluchtende voetstappen. Alleen snikken.
Woonkamer. Kippfest klikte de verlichting aan. Ploemper gereed. De kamer
had geen inbreker nodig. Het was een klerezooi, alsof ze hier Twister
opgenomen hadden. We dwalen af. (red - Komt door de troep. Haha…
grap). Daar in de hoek… een rillende naakte gestalte. Gekropt
in de foetushouding. Waarom zijn deze scènes toch zo bekend,
tegelijk onbekend?
Met zijn ploemper tikte hij tegen het achterwerk aan. “Iep!”,
deed het. “Beertje Beers”, en hij stotterde niet eens. Daar.
Beertje. Beers. X-rated.
“Ploemp”, deed de ploemper. Kippfest omhelsde meteen het
wezen. “Oh, Kippfest”, snikte ze in zijn armen. “Rustig
maar”, en een onnatuurlijke drang om te aaien overkwam hem. Onmachtig,
gaf hij zich over. “Sssh…”, suste hij haar, “Je
bent nu veilig, popje”. Beerse Beertje knikte. Ah, hoe gemaakt
on-fucking-schuldig.
“Ga jij… mij pijn doen?”, bracht ze uit, op een manier,
gelijk aan een moeizaam hortende scheet. Kippfest verdronk in haar oogkassen.
Ouderdom deed de ogen in hun kassen zinken. Doodheid ook. Of een titanenhoeveelheid
plastische chirurgie, om maar nog een voorbeeld te noemen.
“Pijn…”, raspte een stem. De twee uitgemergelde wezens;
Kippfest en zijn Beer, omarmden elkaar steviger. Iets metaalachtigs
werd over de vloer gesleept. Richting hunnie.
“Pijn”, herhaalde het, “is onvermijdelijk”.
“Iep!”, deden beiden. Het is aangekomen! Een iets. Het leek
alsof het langs hen zou lopen. Maar, nee. Met een soepele beweging plaatste
het mannelijk zijn oneindig zware metalen mokerding op zijn schouders.

Buiten sloeg ergens de bliksem in. Mokerman’s gezicht was op hen
gericht. Als een foto stond zijn gezicht in hun geheugen gegrift. Monsterlijk.
Niet-blij.
Het snoof. De raspende stem ging verder: “Reinigingsritueel”,
het knikte, “Ja, reiniging, goed. Nodig. Goed nodig”. Dit
beviel Kippfest niet zo. “Reiniging, smeiniging”, dacht
hij bij zichzelf, “Mokers, huishouden? Ne-uh!”. Dus heldhaftig,
zover dat kan met een ploemper, ging hij voor zijn lief staan. Armen
wijd. “Net als Jezus Christus”, dacht hij even stoer. Maar
die stierf best wel hard dood in die houding. Als een trouwe hond ging
Boertje Hoertje, of whatshername, aan zijn been hangen. Hoe pittoresk.
“Dolende”, zei de demon vriendelijk, “Hier heb je
mijn hamer”. En waarachtig, hij bood zijn wapen aan. “Eh…”,
Kippfest was voorzichtig, “Okay”. En hij nam het zware ding
aan.
“Vreemd”, zei Kippfest toen, “Ik voel me… aangetrokken
tot de hamer”. Hamersex? Neen, stoopid. Alles werd een waas. Hamersex?
NEE. En toen werd alles zwart. Ergens hoorde Kippfest zijn bukkenslet
ergens schreeuwen. Maar hij had hoofdpijn.
“Oh, hallo engel”, zei Kippfest tegen de blonde schoonheid
voor hem. Ze lachte naar hem. Hij moest een heldendood gestorven zijn,
ook al weet hij niet meer hoe. Hij lag in de armen van een andere engel.
“Oh hallo, mevrouw Beer, als in Beertjes levend verbrande moeder…
huh?”, wat deed zij hier? Dit kan geen hemel zijn, toch?
Op een cheape manier morphte Beertje’s moeder in een andere Beer.
Van Beer naar Beurs… eh… Beers. Veel morphen was niet nodig.
Neppe gebruinde huid, check. Hoofd, check. Saggy tits, check. Goedkope
manier van lichaam verkopen, check.
Economie zegt: producten concurreren op twee
manieren. Prijs of kwaliteit. Nooit beide. |
Maar de visie van de engel verdween niet. “Wat gebeurt hier?’,
vroeg Kippfest. Zijn slettebak begon hysterisch alles uit te leggen.
“Er was een hamer, en toen boem en weer boem. En toen, en toen…”.
Ze bleef onbegrijpelijk doorratelen. Maar het vaagde weg naar de achtergrond.
Kippfest keek naar de blonde engel. Ze kwam bekend voor. Ze praatte
zachtjes, maar de melodieën waren verstaanbaar.
“De hamer is hard”, zei ze cryptisch. Naast Kippfest lag
de hamer, beklad met bloed. Zijn bloed. “Ik heb lopen hamerkoppen?”,
zei hij ongelovig, “Waarom zou ik dat doen?”.
“De waarheid is niet te ontlopen”. “Pijn is onvermijdelijk”,
iedereen was aanwezig. Zelfs de booswicht aan het begin. Hij raapte
zijn hamer weer op.
De camera zoomt uit.
We zien Kippfest, die zwak in de armen ligt van… Beertje Beers.
We zien Beertje Beers, die gewoon goedkoop is.
We zien de krachten van het licht tegenover hen staan.
We zoomen in op de hamer.

Hoe loopt het af? Is het een retorische
vraag? En waarom is kippenvlees wit? Vragen, vragen…
Beertje Van Beers, August 28, 1972
Heather Deen Locklear, September 25,1961
|