Proloog

"Het is een lekker ding kankergek!!"
"ZIJ? EEN LEKKER DING? WAT DE FAK HOEVEEL SPOOR JIJ NIET?!?"
"FAK JOU KANKERGEK ZE IS ECHT FUCKING LEKKER VOOR HAAR LEEFTIJD!"






Marhime presenteert:

HAMER DER WAARHEID



Oh, woorden. Vergeef mij. Gebruikt als vuil. Gebruikt, zeg ik je… GEBRUIKT.

Als je alleen bent, gebeuren de vreselijkste dingen. Of waren het nu vleselijke dingen?
“X-Files deuntje speelt”.

Kippfest is een kluizenaar. Geworden, nadat hij zijn liefde voor… controversiële onderwerpen bekende. De buitenwereld accepteerde dat niet. Nooit.
Maar het had natuurlijk ook zo zijn voordelen. PloemperdePLOEMP! Die laatste ploemp knalde eruit. Jep, alleen zijn was zo slecht nog niet. Poepen, zo lang je wilt. Poepen, zo veel je wilt. En poepen… pfiew, zo chemisch je wilt.
“Lalala”, blèrde Kippfest toen hij de plee verliet. De stroom water op de achtergrond moest hard arbeiten, jah! Stoer poseerde Kippfest met zijn Dragonball-blaadje. WC, gedomineerd, oeh yeah! Onbegrepen door de wereld.

“Snik, snik”. Kippfest luisterde er aandachtig naar. Iemand in zijn knibbel-knabbel-huisje? Snel pakte hij de ploemper, ook wel ontstopper voor anderen. “Ik ben bewapend”, probeerde hij de snikkende indringer af te schrikken, “En pervers”. Maar zelfs toen, geen vluchtende voetstappen. Alleen snikken.
Woonkamer. Kippfest klikte de verlichting aan. Ploemper gereed. De kamer had geen inbreker nodig. Het was een klerezooi, alsof ze hier Twister opgenomen hadden. We dwalen af. (red - Komt door de troep. Haha… grap). Daar in de hoek… een rillende naakte gestalte. Gekropt in de foetushouding. Waarom zijn deze scènes toch zo bekend, tegelijk onbekend?
Met zijn ploemper tikte hij tegen het achterwerk aan. “Iep!”, deed het. “Beertje Beers”, en hij stotterde niet eens. Daar. Beertje. Beers. X-rated.
“Ploemp”, deed de ploemper. Kippfest omhelsde meteen het wezen. “Oh, Kippfest”, snikte ze in zijn armen. “Rustig maar”, en een onnatuurlijke drang om te aaien overkwam hem. Onmachtig, gaf hij zich over. “Sssh…”, suste hij haar, “Je bent nu veilig, popje”. Beerse Beertje knikte. Ah, hoe gemaakt on-fucking-schuldig.
“Ga jij… mij pijn doen?”, bracht ze uit, op een manier, gelijk aan een moeizaam hortende scheet. Kippfest verdronk in haar oogkassen. Ouderdom deed de ogen in hun kassen zinken. Doodheid ook. Of een titanenhoeveelheid plastische chirurgie, om maar nog een voorbeeld te noemen.
“Pijn…”, raspte een stem. De twee uitgemergelde wezens; Kippfest en zijn Beer, omarmden elkaar steviger. Iets metaalachtigs werd over de vloer gesleept. Richting hunnie.
“Pijn”, herhaalde het, “is onvermijdelijk”. “Iep!”, deden beiden. Het is aangekomen! Een iets. Het leek alsof het langs hen zou lopen. Maar, nee. Met een soepele beweging plaatste het mannelijk zijn oneindig zware metalen mokerding op zijn schouders.



Buiten sloeg ergens de bliksem in. Mokerman’s gezicht was op hen gericht. Als een foto stond zijn gezicht in hun geheugen gegrift. Monsterlijk. Niet-blij.
Het snoof. De raspende stem ging verder: “Reinigingsritueel”, het knikte, “Ja, reiniging, goed. Nodig. Goed nodig”. Dit beviel Kippfest niet zo. “Reiniging, smeiniging”, dacht hij bij zichzelf, “Mokers, huishouden? Ne-uh!”. Dus heldhaftig, zover dat kan met een ploemper, ging hij voor zijn lief staan. Armen wijd. “Net als Jezus Christus”, dacht hij even stoer. Maar die stierf best wel hard dood in die houding. Als een trouwe hond ging Boertje Hoertje, of whatshername, aan zijn been hangen. Hoe pittoresk.
“Dolende”, zei de demon vriendelijk, “Hier heb je mijn hamer”. En waarachtig, hij bood zijn wapen aan. “Eh…”, Kippfest was voorzichtig, “Okay”. En hij nam het zware ding aan.
“Vreemd”, zei Kippfest toen, “Ik voel me… aangetrokken tot de hamer”. Hamersex? Neen, stoopid. Alles werd een waas. Hamersex? NEE. En toen werd alles zwart. Ergens hoorde Kippfest zijn bukkenslet ergens schreeuwen. Maar hij had hoofdpijn.

“Oh, hallo engel”, zei Kippfest tegen de blonde schoonheid voor hem. Ze lachte naar hem. Hij moest een heldendood gestorven zijn, ook al weet hij niet meer hoe. Hij lag in de armen van een andere engel. “Oh hallo, mevrouw Beer, als in Beertjes levend verbrande moeder… huh?”, wat deed zij hier? Dit kan geen hemel zijn, toch?
Op een cheape manier morphte Beertje’s moeder in een andere Beer. Van Beer naar Beurs… eh… Beers. Veel morphen was niet nodig. Neppe gebruinde huid, check. Hoofd, check. Saggy tits, check. Goedkope manier van lichaam verkopen, check.
Economie zegt: producten concurreren op twee manieren. Prijs of kwaliteit. Nooit beide.


Maar de visie van de engel verdween niet. “Wat gebeurt hier?’, vroeg Kippfest. Zijn slettebak begon hysterisch alles uit te leggen. “Er was een hamer, en toen boem en weer boem. En toen, en toen…”. Ze bleef onbegrijpelijk doorratelen. Maar het vaagde weg naar de achtergrond. Kippfest keek naar de blonde engel. Ze kwam bekend voor. Ze praatte zachtjes, maar de melodieën waren verstaanbaar.
“De hamer is hard”, zei ze cryptisch. Naast Kippfest lag de hamer, beklad met bloed. Zijn bloed. “Ik heb lopen hamerkoppen?”, zei hij ongelovig, “Waarom zou ik dat doen?”.
“De waarheid is niet te ontlopen”. “Pijn is onvermijdelijk”, iedereen was aanwezig. Zelfs de booswicht aan het begin. Hij raapte zijn hamer weer op.
De camera zoomt uit.
We zien Kippfest, die zwak in de armen ligt van… Beertje Beers.
We zien Beertje Beers, die gewoon goedkoop is.
We zien de krachten van het licht tegenover hen staan.
We zoomen in op de hamer.




Hoe loopt het af? Is het een retorische vraag? En waarom is kippenvlees wit? Vragen, vragen…


Beertje Van Beers, August 28, 1972
Heather Deen Locklear, September 25,1961



Terug naar den index gaan jee



Copyright bij Marhime, de bastard